1767-1813

Baron en barones van Plettenberg – Feith
Opdrachtgevers van Husly

Windesheim werd in 1730 aangekocht door Gijsbert van Dedem, die zich niet op Windesheim vestigde omdat het huis toen nog vrij klein en in slechte staat was. Na zijn overlijden ging het eigendom over naar Paulus Benelle, een rijke Amsterdamse koopmanszoon. Hij startte de genoemde modernisering en vergroting van het huis en vergrote daarnaast ook de omvang van het landgoed. Toen hij het financieel echter niet meer op kon brengen werd het landgoed op 8 mei 1752 bij executie verkocht. Hierna is het in verschillende handen overgegaan.

Op 10 april 1767 kocht Joachim baron van Plettenberg de havezathe voor ƒ 47.000,- om het samen met zijn vrouw te gaan bewonen – eerst alleen in de zomer als een echte buiten maar later permanent. Op 18 augustus 1793 overleed hij. Zijn vrouw Cornelia Charlotte Feith stierf op 5 november 1812 op Windesheim. Het vooraanstaande echtpaar Van Plettenberg heeft een grote rol gespeeld bij de ontwikkeling van het centrale deel van het landgoed.

In hun opdracht stelde de Nederlandse architect Jacob Otten Husly in 1789 een advies op voor een grootschalige tuin- en landschapsparkaanleg van maar liefst 25 hectare die tot op de dag van vandaag de structuur van de buitenplaats bepaalt. Husly ontwierp ook het gebouw aan de Keizersgracht 324 in Amsterdam voor het genootschap Felix Meritis dat zich geinspireerd door de verlichtingsidealen richtte op bevording van de kunst en wetenschap.

De nieuwe landschapsarchitectuur

Mogelijk speelde de literator/dichter Rhijnvis Feith, tevens burgemeester in het naburige Zwolle, een bemiddelende rol bij het betrekken van Husly bij landgoed Windesheim. Met zijn zwager Van Plettenberg deelde Rhijnvis Feith een gemeenschappelijke liefde voor de nieuwe landschapsarchitectuur. Van Rhijnvis Feith is bekend dat hij al in 1783 begint met de verandering van zijn landgoed Boswijk in een landschapspark, vermoedelijk naar eigen ontwerp (iets dat in die tijd vaker voorkwam). Het was in die tijd gewoon dat de eigenaar zich intensief bemoeide met het ontwerp, al dan niet geholpen door een architect. Landschapsarchitecten zoals wij die nu kennen, bestonden nog niet.

Stourhead

Ook in het geval van het Engelse Stourhead was eigenaar Henry Hoare II de drijvende kracht. Hij richtte samen met architect Henry Flitcroft zelf de tuinen in.

Bij de ontwerpen bezigde Hoare het principe dat bij een wandeling door de tuinen nooit tweemaal hetzelfde gezien mocht worden. Hoare maakte slim gebruik van de natuurlijke ondergrond, en versterkte en accentueerde die op kunstige wijze.

Stourhead

Driedimensionaal schilderij

Voor de tuin liet hij zich inspireren door de Italiaanse en Franse landschapsschilderijen uit de 17e eeuw, van onder andere Claude Lorrain, Nicolas Poussin en Gaspar Dughet. De bedoeling was om een soort driedimensionaal schilderij te maken. Het schilderij ‘Aeneas op Delos’ van Claude Lorrain is vrij letterlijk in het terrein te herkennen. In de rest van het park komt ook de reis van de mythische held Aeneas naar voren. Hoare liet verschillende klassieke gebouwen en tempels in de tuinen plaatsen. Ze moesten de eruditie van de eigenaar uitstralen.

Stowe

Een ander bekend voorbeeld uit die tijd is het landgoed Stowe. Stowe is een tijdgenoot van Windesheim en delen van Stowe zijn qua opzet vergelijkbaar met Windesheim. Stowe is een 200 hectare groot landschapspark dat gerealiseerd werd door de Britse adellijke familie Temple, eigenaars van Stowe sinds de 17e eeuw. Het park is vooral de creatie van Sir Richard Temple (1675 -1749), later Viscount van Cobham en daarom Lord Cobham genoemd, en zijn neef met dezelfde naam: Viscount Richard Temple (1711 – 1779), later Earl Temple en daarom met die laatste naam aangeduid. Lord Cobham begon in 1716 met de verandering van de tot dan toe formele tuin in een landschapstuin. Daartoe nam hij in dat jaar Charles Bridgeman als tuinarchitect in dienst.

Stowe

Vanaf 1730 kwam William Kent bij hem werken als architect, tevens tuinarchitect samen met Bridgeman. Kent had veel in Italië gewerkt en was, zoals gebruikelijk in die tijd, weg van de klassieken; vandaar de vele classicistische gebouwen op het landgoed. Daarna kwam, in 1741, de beroemde landschapsarchitect Lancelot ‘Capability’ Brown op Stowe werken, eerst samen met William Kent, later alleen. Hij bleef daar tot 1750, mogelijk omdat toen Earl Temple het landgoed erfde van zijn oom en zijn eigen ‘head gardener’ meebracht. Stowe bestaat uit verschillende delen met bijzondere bomen en mooie slingervijvers, die de vele beelden en tempels weerspiegelen.